Klik hier voor een overzicht van alle pagina's
De macht van de satan
Satan regeert de wereld.
Hoe reëel en hoe omvangrijk deze regeermacht is, komt in de geschiedenis van Job treffend tot uiting. Als God aan de satan de vrije hand laat tegenover Job, gaat hij onmiddellijk aan het werk.
- Hij laat de Sabeeërs een inval doen op Jobs kleinvee en op de herders, zodat ze allen omkomen, op één herder na.
- Hij laat drie benden Chaldeeën op Jobs kamelen aanvallen en wegroven; de geleiders worden allen op één na gedood.
- Hij laat een stormwind uit de woestijn opsteken, die het huis van Jobs oudste zoon doet instorten, met het gevolg dat Jobs tien kinderen, die daar feestelijk bijeen zijn, allen omkomen, en ook het dienstvolk; slechts één knecht brengt er het leven af.
Niet alleen Sabeeërs en Chaldeeën volgen satans leiding, maar ook de natuurkrachten, stormen en onweer staan geheel tot zijn beschikking.
De mensen willen soms van het weer geen kwaad gesproken zien; want het weer is Gods weer, zeggen ze. Maar dat gaat lang niet altijd op. De Heere Jezus zag in de storm op zee een openbaring van de macht van de satan, en bestrafte golven en wind.
Hoe nauwkeurig weet de satan zijn wil door te zetten. Bij de vier verschillende aanslagen op Jobs bezittingen, waardoor deze zwaarbeproefde man op één dag van schatrijk straatarm wordt, ontkomt er telkens één man, en ook niet meer dan één. En wel zó, dat zij precies op de beurt af, alsof het afgesproken werk was, aan Job de vreselijke jobstijding kunnen overbrengen.
Op een buitenstaander zou dat de indruk kunnen maken, alsof Gods eigen hand hier kennelijk had ingegrepen. En dat was ook de bedoeling van de satan. Hij wilde Job er immers toe brengen, een wantrouwen jegens God te gaan koesteren en Hem de dienst op te zeggen.
Het had er alle schijn van alsof God Zelf hier handelend was opgetreden.
De drie vrienden, die later Job kwamen bezoeken, hebben het dan ook inderdaad zo opgevat. En toch was dit alles niet het werk van God, maar van de satan.
Velen in onze tijd zouden, indien hen iets dergelijks overkwam, zeggen: "Zie je wel, dat God regeert?" En toch was het alles een uitvloeisel van het ontzettende feit, dat de satan de wereld regeert.
Al is het dan ook onder de toelating Gods, en tot zo lang als God het belieft.
Niet God, maar Satan regeert thans de wereld.
Wel is er regering Gods over Zijn kinderen. Maar beter zou men kunnen spreken van Gods vaderlijke leiding en bescherming.
Doch dat is weer een heel ander onderwerp.
|