Klik hier voor een overzicht van alle pagina's
Waaruit kent gij uw ellende?
De mens wil weten en beoordelen hoe groot zijn zonde en ellende is, en toetst daarom, met terzijdestelling van de reeds gevallen Goddelijke uitspraak, zijn doen en laten aan de Wet.
Wanneer een misdadiger voor zijn rechter staat, wie beoordeelt dan de grootte van zijn misdaad en velt het vonnis? De misdadiger zelf toch zeker niet? Het is de réchter, die de grootte van de misdaad vaststelt door de strafmaat. De toegemeten straf doet de omvang van de misdaad kennen.
God, de Rechter, heeft de grootte van ‘s mensen zonde en ellende ook bepaald.
Zij is uitgedrukt in het oordeel, dat Hij gelegd heeft op Jezus Christus. Wil men dus weten, hoe God denkt over de grootte van onze zonde en ellende, dan aanschouwt men het Kruis van Christus. Dáár en dáár alleen kan men het enigszins leren verstaan.
Vóór het Kruis, was de kennis der zonde door de Wet, maar nu nog terug te keren tot de Wet, die nooit het kwade geweten tot rust kan brengen, is ongeloof. De Geest van God wijst thans de zondaar niet op de Wet, maar op de gekruisigde Christus. In Hem heeft God de zonde geoordeeld. Alleen zij, die niet geloven in de gekruisigde Christus zullen weten hoe groot hun zonden en ellenden zijn. Maar dan is het voor eeuwig te laat.
Thans luidt de Goddelijke boodschap: "Geloof in de Heere Jezus Christus en gij zult zalig worden". Geloven in Hem, om te leren verstaan, hoe doemwaardig wij zijn. Geloven in Hem, om te leren verstaan, dat Hij in Zijn lichaam onze zonden aan het hout gedragen heeft. Geloven in Christus, om zich voor God een zondaar te weten. Geloven in Christus, om het eeuwige leven te ontvangen, opdat wij - als zondaar - de Genade Gods zullen ervaren.
|