Klik hier voor een overzicht van alle pagina's
In het Licht wandelen
Wij zullen dan in het licht wandelen, gelijk Hij "in het licht is". 1Joh. 1:7
Dan zal openbaar worden, dat er nog veel is in ons wat de Geest van God, door het Woord van God in ons, zal veroordelen.
De Geest van God wenst ons te doen leven in overeenstemming met Zijn wil. Dan worden onze gedachten niet gewogen door ons defect geweten, maar door het Woord van God, toegepast op onze harten door Gods Geest.
Velen zijn van mening, dat een Christen in de gemeenschap met God niet zondigt en dat zonde hem buiten die gemeenschap sluit. Dit was zelfs onder de wet niet het geval. Het volk Israël was geheiligd door het bloed van het oude Testament, waardoor een heilig God in het midden van hen kon wonen. Ex. 24 en 25 En ons ziet God in Christus, geheiligd door Zijn bloed. En Hij kan daarom - ondanks ons zondigen - toch gemeenschap met ons hebben. Wat meer is, het is juist alleen in die gemeenschap mogelijk dat de Christen zichzelf oordeelt in al zijn gedachten, woorden en daden. Wij zouden gaarne geheel volmaakt wandelen, zoals wij in Christus volmaakt zijn. Doch dat zullen wij hier op aarde nooit beleven, want hoe dichter wij bij God leven, des te duidelijker blijkt het ons, dat wij slechts zondaars zijn, die uit genade zalig worden.
Dit alles is voor God geen bezwaar, daar Hij onze zonden eens voor altijd geoordeeld heeft in Christus Jezus, onze Heer. Wel kunnen wij onszelf buiten die gemeenschap sluiten, indien wij, wanneer de Geest van God ons overtuigt van iets dat niet in overeenstemming met Zijn wil is, in gebreke blijven onszelf hierin te oordelen. Doen we dat echter wél en komen we tot belijdenis voor onze Heer, dan vergeeft Hij: "Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig, dat Hij ons de zonden vergeve, en ons reinige van alle ongerechtigheid." 1Joh. 1:9
In dit gemeenschapsleven met God zullen we onszelf misschien dikwijls tegenvallen, doch God niet. Want Hij ziet in óns geen volmaaktheid.
Hij ziet ons in Christus en daarom volmaakt: "En gij zijt in Hém volmaakt." Kol. 2:10
Zo behoren wij onszelf ook te zien. Dan zullen we met volkomen vrijmoedigheid in Zijn gemeenschap leven, met blijdschap elke correctie aanvaardend waarop de Geest van God ons door het Woord van God opmerkzaam maakt.
En tegelijkertijd belijdenis doende van elke tekortkoming, wetend dat daarmede elke belemmering uit de weg wordt geruimd die de gemeenschap tussen Hem en ons zou kunnen verstoren. In deze gemeenschap is het, dat de Geest van God het nieuwe leven of de nieuwe mens in ons openbaart. Die openbaring is het waarin God belang stelt. "Want in Christus Jezus heeft noch besnijdenis enige kracht, noch voorhuid, maar een nieuw schepsel." Gal. 6:15 Zij, die alzo wandelen, zullen vrede en barmhartigheid ervaren. Gal. 6:16
Daarom is het dus ook, dat de apostel Paulus in Kol. 2:10-23, zich zo krachtdadig keert tegen alle "wettisch" gedoe. Dat alles heeft Christus aan het kruis genageld en uitgeschakeld. Kol. 2:14 en 15 Het waren slechts schaduwen, die de werkelijkheid vooraf gingen. Kol. 2:16 en 17 Deze dingen hebben voor de vleselijke mens wel een schijnrede van wijsheid, doch het is een eigenwillige godsdienst, die de mens nederig doet schijnen, hem lichamelijk onnodige lasten oplegt. Kol. 2:23 Maar ze zijn waardeloos en doen niets anders dan het vlees (de oude mens) "vroom" maken.
We eindigen met onderstaande woorden van de apostel. En moge elke lezer nu zichzelf afvragen of hij zich wil rekenen tot de daarin genoemde boosdoeners of dat hij - in de genade van God - zichzelf mag zien, gereinigd door het bloed van Jezus Christus van al deze misdaden, gelukkig en blij levend in het bewustzijn, dat hij in Gods oog "rechtvaardig" is.
"Willende leraars der wet zijn, niet verstaande, noch wat zij zeggen, noch wat zij bevestigen. Doch wij weten, dat de wet goed is, zo iemand die wettelijk gebruikt; En hij dit weet, dat den rechtvaardigen de wet niet is gezet, maar den onrechtvaardigen en den halsstarrigen, den goddelozen en den zondaren, den onheiligen en den ongoddelijken, den vadermoorders en den moedermoorders, den doodslagers, Den hoereerders, dien, die bij mannen liggen, den mensendieven, den leugenaars, den meinedigen, en zo er iets anders tegen de gezonde leer is; Naar het Evangelie der heerlijkheid des zaligen Gods, dat mij toebetrouwd is." 1Tim. 1:7-11
|