Klik hier voor een overzicht van alle pagina's
Het Nieuwe Leven
Iemand, die nu nog een rechtvaardigheid uit de Wet zoekt te verwerven, zet Christus terzijde. Dit geldt voor hen, die zoeken behouden te worden, doch eveneens voor hen, die zich het eigendom van Christus weten.
Zoals eerder naar voren gebracht, is de levensopenbaring van de Christen oneindig veel hoger dan die van de Israëliet.
De Israëliet had de Wet ontvangen, om daardoor kennis te krijgen van zijn zondige toestand, terwijl een Christen een nieuw leven van God heeft ontvangen, opdat dit nieuwe leven - geleid door de Geest van God – hem zou brengen tot kennis van Christus en van God.
Dat nieuwe leven is de nieuwe mens.
Deze nieuwe mens, "die naar God geschapen is in ware rechtvaardigheid en heiligheid," Ef. 4:24 is: "Het leven van Christus in ons." Kol. 1:27 Daarom kon Paulus zeggen: "Zo dan, indien iemand in Christus is, die is een nieuw schepsel; het oude (de oude mens) is voorbijgegaan; ziet, het is alles nieuw (de nieuwe mens) geworden." 2Kor. 5:17
Hoewel alle Christenen dat leven bezitten, openbaren velen het niet. Zij leven in de veronderstelling, dat God genoegen neemt met een verbeterd leven, in plaats van met een ander, een nieuw leven. Als het Woord van God getuigt van de zegeningen en weldaden die wij in Christus ontvangen hebben, dan zeggen ze eenvoudig: "ja, maar dat is Gods zijde; nu moeten wij ons best doen, om dat zoveel mogelijk waar te maken".
Het is echter niet "ons best", wat God vraagt; het is "Gods best", wat Hij geeft. God verwacht van ons niets, dan alleen dat wij geloven wat Hij zegt in de boodschap die Hij heeft over Zijn Zoon Jezus Christus.
De inhoud van die boodschap is niet alleen een mededeling van de staat waarin God ons ziet, maar ook een vraag om het te zien zoals God het ziet. Daarom zegt b.v. Rom. 6:11: "Alzo ook gijlieden, houdt het daarvoor, dat gij wel der zonde (oude mens) dood zijt, maar Gode levende zijt in Christus Jezus, onze Heere." En toch zegt men: "God ziet mij wel zo in Christus, maar ik ben daar nog niet. Ik moet trachten met hulp van God, dat in mijn leven waar te maken."
In de Bijbel is echter geen sprake van Gods zijde en onze zijde. God deelt ons de dingen mede, opdat wij ze zullen zien zoals Hij ze ziet. Dát is geloof in Christus.
Er zijn in deze zaak geen twee zijden, doch slechts één, en dat is Gods zijde. Zodra door het geloof Gods zijde onze zijde wordt, leven wij uit het geloof. Dan is het de Geest van God, die dat leven Gods in ons openbaar maakt. Dit openbaar maken van het eeuwige leven geschiedt niet in een samenwerking tussen God en ons. Het is uitsluitend een werk van God ín ons. Dat doet Hij alléén of het gebeurt niet. Zo was het ook met onze behoudenis. Dat was geen werk van ons voor God, doch enkel een werk van God voor ons. Zo is het behouden leven ook een werk van God in ons.
|