Klik hier voor een overzicht van alle pagina's
Het Genade-tijdperk
Het tijdperk der genade - waarin wij sindsdien leven - kan in zekere zin worden beschouwd als een een tussen geschoven periode waarin de gemeente van Christus uitgeroepen wordt als "een volk voor Zijn Naam". Hand. 15:14
Dit in afwachting van Zijn wederkomst en de openbaring van Zijn Koninkrijk op aarde. Hand. 15:16-18
In afwachting daarvan wordt thans de gemeente van Christus gevormd door de prediking van een gestorven, begraven en opgestane Heiland.
Zij werd door de oudtestamentische profeten niet helder gezien noch openlijk voorspeld.
Het is een verborgenheid die nu echter geopenbaard is. Paulus zegt: "Indien gij maar gehoord hebt van de bedeling der Genade Gods, die mij gegeven is aan u, deze verborgenheid welke in andere eeuwen de kinderen der mensen niet is bekend gemaakt nl. dat de Heidenen zijn mede-erfgenamen en van hetzelfde lichaam, en mede-deelgenoten Zijner belofte in Christus door het Evangelie." Ef. 3:1-6
Thans leven wij niet onder de Wet, maar onder de Genade. Dat ontkent geen enkele Christen. En toch, waarom leven dan zo velen van hen praktisch tóch onder de Wet? Dat komt, omdat men gelooft te kunnen worden gerechtvaardigd door nauwgezet volgens de Wet te leven en te trachten deze met Gods hulp en in Gods kracht zoveel mogelijk na te komen. Men ziet in de Genade als het ware een behulpsel om de Wet na te leven. Wij hopen echter in het vervolg van deze beschouwing duidelijk te laten zien dat die opvatting in strijd is met het wezen der Genade, zoals dat ons door God bij monde van de apostel Paulus is geopenbaard.
Als Paulus zegt, dat wij niet onder de Wet zijn, maar onder de Genade, bedoelt hij daarmee dat de Wet niet onze levensregel moet zijn! Paulus openbaarde geen Wet, geen ethische levensregel, maar een persoon, nl. Christus. Hij zegt: "Ik ben met Christus gekruisigd; en ik leef, doch niet meer ik, maar Christus leeft in mij." Gal. 2:20
De levensopenbaring van een Christen-onder-de-Genade is zoveel hoger dan die van een Israëliet-onder-de-Wet als de hemel hoger is dan de aarde.
De Wet was een aardse levensregel voor een aards volk, dat - hoewel besneden - niet wedergeboren was. Een volk met een aardse toekomst in een aards land.
De Christen behoort bij een hemels volk en als wedergeborene heeft hij het leven van Christus in zich, opdat dit leven, d.i. "de nieuwe mens, die naar God geschapen is in ware rechtvaardigheid en heiligheid", Ef. 4:24 geopenbaard worde.
Om enigszins dat onderscheid in levensopenbaring aan te duiden mogen wij er nog op wijzen dat de Wet zegt: "Hebt uw naaste lief als uzelf". Lev. 19:18
De Genade echter gaat veel verder, want met het oog op deze Genade zegt de Heiland: "Dit is Mijn gebod, dat gij elkander liefhebt, gelijkerwijs Ik u liefgehad heb." Joh. 15:12 Het eerste is aardse liefde, van onwedergeboren mensen; het tweede is hemelse liefde, als vrucht van het nieuw - door God gegeven - leven.
- De Wet eist, maar de Genade schenkt.
- Onder de Wet was het: "Doe dat, en gij zult leven." Luk. 10:28 Onder de Genade wordt het "leven" geschonken: De genadegift Gods is het eeuwige leven." Rom. 6:23
- Onder de Wet was het "doe" en onder de Genade heet het "gedaan".
- Daarom: Wet en Genade kunnen nooit samengaan.
|