Klik hier voor een overzicht van alle pagina's
Geroepen tot Vrijheid
Wij hebben reeds gezien, dat de Wet, die "na vierhonderd en dertig jaren gekomen is", het Verbond der Genade, "dat tevoren van God bevestigd is op Christus", niet krachteloos maakt. Gal. 3:17
De Wet is "daarbij gesteld" totdat het zaad zou gekomen zijn. Gal. 3:19
Toen dus het zaad, d.i. Christus, kwam, hield de Wet op te gelden en werd de volle genade Gods openbaar in Zijn leven en sterven ten bate der mensheid.
In Galaten 4 toont de apostel aan hoe vijandig de Wet staat tegenover de Genade. Zoals Ismaël vijandig stond tegenover Izak, zo - zegt hij - staan ook vandaag nog diegenen, die dienstknechten der Wet zijn, tegenover hen die onder de Genade leven.
"Doch gelijkerwijs toen, die naar het vlees geboren was, vervolgde dengene, die naar de geest geboren was, alzo ook nu." Gal. 4:29
Als er dan volgt: "Werp de dienstmaagd uit en haar zoon", Gal. 4:30 dan is het zonder meer duidelijk dat de apostel daarmee bedoelt dat zij in hun eigen belang zich nu niet meer bezig moeten houden met de Wet. "Want de zoon der dienstmaagd zal geenszins erven (nl. de volle zegen der Genade smaken) met de zoon der vrije." En triomferend roept hij uit: Wij zijn kinderen der vrije, kinderen der belofte als Izak was! Gal. 4:28
|