Klik hier voor een overzicht van alle pagina's
Geen rechtvaarding door de Wet
Wie dit fundamentele verschil eenmaal duidelijk ziet, zal ook onmiddellijk begrijpen dat Wet en Genade nooit kunnen samengaan.
"De Wet is, door Mozes gegeven, de Genade en de Waarheid is door Jezus Christus geworden." Joh. 1:7 Mozes bracht de schaduw; Jezus Christus het Licht. De schaduw gaat het licht vooraf in het Woord van God, en als het licht komt is er geen plaats meervoor de schaduw. Hiervan was Paulus diep doordrongen.
Paulus zag de volmaakte Genade gepersonifieerd in Jezus Christus.
Mozes lag voor hem in de verleden tijd. Daarom vinden we, dat hij in Gal. 2:16 die sterke tegenstelling naar voren brengt tussen "Jezus Christus" en Zijn "geloof", en "de mens" en zijn "werken".
In dit vers spreekt de apostel niet van rechtvaardiging (reiniging) van gepleegde zonden, maar van rechtvaardiging (heiliging) van het wezen, zodat dit geen zonden meer kan voortbrengen.
Rechtvaardiging van zonden kan alleen door het bloed verkregen worden. "Zonder bloedstorting geschiedt geen vergeving." Heb. 9:22
Rechtvaardiging van het wezen van de persoon, kan alleen blijken uit een rechtvaardige levensopenbaring.
Daartoe kon "de mens" echter niet komen en zeker niet uit de werken der Wet.
De apostel begint dan ook in Gal. 2:16 vast te stellen, "dat de mens niet gerechtvaardigd wordt uit de werken der Wet", omdat zijn natuur dat nu eenmaal onmogelijk maakt. Hij kan soms wel rechtschapen schijnen in de ogen der mensen, zelfs "oprecht en vroom" als Job, maar hij zal nooit "rechtvaardig" kunnen worden naar Goddelijke maatstaf. Hij kan nooit in handel en wandel, in gedachte en daad, in willen en wensen altijd zó zijn, als God van hem verlangt.
En toch zal er van een herstelde gemeenschap met de Heilige God geen sprake kunnen zijn, zolang de mens niet rechtvaardig wordt in die zin. Daartoe heeft Jezus Christus echter de weg geopend. Want de mens, zo vervolgt de apostel, wordt gerechtvaardigd "door het geloof van Jezus Christus." Gal. 2:16
Hoe moeten wij dit verstaan? In Rom. 1:16 en 17 verklaart Paulus reeds, dat in het Evangelie van Christus de rechtvaardigheid Gods geopenbaard wordt "uit geloof tot geloof". Deze uitdrukking "uit geloof tot geloof" is van groot belang. De "rechtvaardigheid Gods" kunnen we hier gerust vereenzelvigen met de persoon van Christus.
Immers Jezus Christus is het, die "uit het geloof" levende, in volmaakte afhankelijkheid van en steeds éénswillend met de Vader (dus dóór Zijn geloof), de rechtvaardigheid Gods heeft getoond, terwijl Hij in een menselijk lichaam leefde, onderworpen aan alle belemmeringen en zwakheden, die aan het vlees inherent zijn. En met welk doel? Rom. 3:22 maakt dat duidelijk: Zijn rechtvaardigheid kon zich zodoende uitstrekken tot - of zoals Paulus zegt "toegerekend worden aan" - allen, die in Hem geloven, omdat Hij Zich vereenzelvigt met hen! Hij is "één plant geworden met hen" en zij worden allen in Hem gerechtvaardigd, zoals zij eerst allen in Adam geoordeeld waren.
Vóór Christus was er van alle mensen niet één Goddelijk-" rechtvaardig" geweest. Maar nu - zo leert ons Gal. 2:16 - hebben wij slechts "in Christus te geloven" om gerechtvaardigd te worden.
Zodat die rechtvaardigheid Gods is "uit" (d.w.z. voortkomende uit, gebaseerd op) het geloof van Christus "tot" (d.w.z. leidend tot) het geloof (van de geredde zondaar) in Christus.
(Het valt overigens te betreuren, dat de nieuwe vertaling van het Nederlands Bijbelgenootschap in de behandelde tekst het "geloof van Christus" vervangt door "geloof in Christus". Zoals uit bovenstaand betoog duidelijk zal zijn, is deze wijziging geen verbetering te noemen.)
Elke poging om gerechtvaardigd te worden, door de Wet van Mozes te volbrengen, is dus een verloochening van de rechtvaardigheid Gods en feitelijk een ontkenning van de Heere Jezus. Het is een poging, om een eigen gerechtigheid te verwerven, in plaats van Gods gerechtigheid te aanvaarden. Nooit waren de Galaten onder de Wet geweest; zij waren immers uit de heidenen en hadden dus de Wet niet ontvangen. Doch deze Galaten waren "betoverd" Gal. 3:1 door de Joden, die tot het geloof waren gekomen; zoals vandaag nog duizenden Christenen worden betoverd door hen, die hun de Wet prediken. Paulus zegt tot de Galaten: "maar die u ontroert, zal het oordeel dragen, wie hij ook zij." Gal. 5:10 of "och, of zij ook afgesneden werden, die u onrustig maken!" Gal. 5:12
Van nature zoeken de heidenen geen rechtvaardigheid voor God, want ze hebben de Wet niet. Rom. 2:14 Daarom lezen we in Rom. 9:30: "Wat zullen wij dan zeggen? Dat de heidenen, die de rechtvaardigheid niet zochten, de rechtvaardigheid verkregen hebben, doch de rechtvaardigheid die uit het geloof (van Christus) is".
En dan in de volgende verzen:
"Maar Israël, die de Wet der rechtvaardigheid zocht, is tot de Wet der rechtvaardigheid niet gekomen. Waarom? Omdat zij die zochten, niet uit het geloof (van Christus), maar als uit de werken der Wet; want zij hebben zich gestoten aan de steen des aanstoots (Christus). Gelijk geschreven is: "Zie, ik leg in Sion een Steen des aanstoots en een Rots der ergernis, en een iegelijk, die in Hem gelooft, zal niet beschaamd worden." Rom. 9:31-33
|