Klik hier voor een overzicht van alle pagina's
Een Nieuwe Rechtvaardigheid
De Romeinenbrief ontvouwt een nieuwe rechtvaardigheid. Deze rechtvaardigheid is geheel in tegenstelling met de rechtvaardigheid-die-uit-de-Wet-is. Van Israël wordt gezegd: "Want alzo zij de rechtvaardigheid Gods niet kennen, en hun eigen gerechtigheid zoeken op te richten, zo zijn zij der rechtvaardigheid Gods niet onderworpen." Rom. 10:3
Wat is deze Rechtvaardigheid Gods? Bij de beantwoording van deze vraag moeten wij in het oog houden, dat de Schrift spreekt over tweeërlei vorm van rechtvaardigheid, nl. een gerechtvaardigd zijn van zonden en een recht-vaardig- zijn van de persoon-zondaar.
Het eerste houdt verband met wat de persoon doet en het tweede met wat hij is. Als men van een zondaar alle zonden zou kunnen afnemen, wordt hij daardoor nog geen Christen. Zijn wezen verandert er niet door. Hij blijft wat hij was: een zondaar. Een onrechtvaardige dus. Een Christen daarentegen is niet alleen gerechtvaardigd van zijn zonden door het bloed van Christus, maar hij is ook als persoon gerechtvaardigd tegenover God, omdat de rechtvaardigheid van Christus hem "toegerekend is.
Als God ons alleen zou hebben vergeven al hetgeen wij verkeerd deden, doen of zullen doen, dan zouden we toch nog niet voor Zijn heilig aangezicht kunnen staan. Immers wij bleven voor Hem: zondaars én onrechtvaardigen.
Ook ons wezen, onze natuur, moet als zodanig "gerechtvaardigd" worden, d.w.z. "vaardig" om voor Zijn gerecht te kunnen treden.
Dit onderscheid wordt scherp naar voren gebracht in de eerste acht hoofdstukken van de Romeinenbrief, waar de apostel eerst behandelt de kwestie van onze zonde (ons wezen) en vervolgens van onze zonden (onze daden).
|