Klik hier voor een overzicht van alle pagina's
Door de Geest wandelen
En dan volgt onmiddellijk: "Indien wij dan door de Geest leven, zo laat ons door de Geest wandelen", Gal. 5:25 d.w.z.: wandelen naar de nieuwe mens. Die nieuwe mens is het leven van Christus- in-ons. Dat leven kan alleen door de Geest van God worden geopenbaard op voorwaarde dat wij wandelen in het licht als kinderen der vrijheid en niet als kinderen der dienstbaarheid.
"Waar de Geest des Heeren is, aldaar is vrijheid!" 2Kor. 3:17
"Vrij gemaakt van de zonde (oude natuur), zijt gij gemaakt dienstknechten der gerechtigheid." Rom. 6:18
"Want de zonde (oude natuur) zal over u niet heersen; want gij zijt niet onder de Wet, maar onder de Genade." Rom. 6:14
Vrij! Vrij van de zonde-natuur! Vrij van de Wet!
De vraag van de apostel in het 15e vers van dit hoofdstuk is vele kinderen Gods als het ware uit het hart gegrepen. "Zullen wij zondigen, omdat wij niet zijn onder de Wet, maar onder de Genade?" Rom. 6:15 Het antwoord van de apostel is duidelijk: "Dat zij verre!" Desondanks zijn er vele kinderen Gods, die hieromtrent twijfel in hun hart hebben en zichzelf afvragen:
"Maar hoe kan dat dan?" Is dan niet waar, wat we lezen in 2Kor. 5:17: "Zo dan, indien iemand in Christus is, die is een nieuw schepsel: het oude is voorbij gegaan, ziet, het is alles nieuw geworden"? De moeilijkheid is, dat men eigenlijk niet gelooft zo'n nieuw schepsel te zijn. Eigenlijk realiseert men zich niet wat het is een Christen te zijn.
Misschien klinkt dat wat vreemd, maar als men werkelijk een Christen weet te zijn, betekent dat immers, dat het zondevraagstuk is afgedaan: zowel voor ons als voor de heilige God. De Christen kan - door het geloof - weten, dat God ons ziet in Christus en niet in onszelf. En God wil, dat we onszelf ook zo zien.
Als we Christenen zijn, dan ís het oude voorbijgegaan en ís alles nieuw geworden.
Dan behoren we te geloven, dat het waar is, dat wij met Christus gestorven en begraven zijn wat ons oude leven aangaat. En dat het waar is, dat wij met Christus opgestaan zijn in nieuwheid des levens. Rom. 6:4 Het zal ons ook duidelijk zijn dat God geen belang stelt in de vruchten van ons oude leven (de oude mens), maar dat Hij wel de vrucht verwacht van de nieuwe mens, d.i. van het nieuwe leven, dat ons in Christus is geschonken.
De Wet kon alleen maar op de oude mens worden gelegd, daar alleen de oude mens zondigt. De nieuwe mens echter is het leven van Christus-in- ons. Dat leven kán niet zondigen, omdat het uit God geboren is. 1Joh. 3:9 De openbaring van dat leven is: liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, goedertierenheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid, matigheid. Gal. 5:22 Zij, die innerlijk zó afgestemd zijn, omdat ze geloven, dat dit alles in Christus waar is geworden, zullen nooit in conflict komen met de Wet. Ze leven op een oneindig veel hoger peil, dan ooit een Israëliet zich heeft kunnen voorstellen. Een dergelijk leven maakt de mens gelukkig.
Het is de Geest van God Die in ons die gezindheid wenst te voorschijn te roepen. Dat is de vrucht des Geestes.
|