Klik hier voor een overzicht van alle pagina's
Haar relatie tot de engelen
Geen enkel schriftgedeelte spreekt van de verhouding van de Gemeente (corporatief) tot de engelen. Maar wij kunnen deze verhouding o.a. ontlenen aan Hebreeën 2:12, waar "ecclesia" de geïnspireerde vertaling is van het Hebreeuwse woord "gahal" in Psalm 22:23.
Deze aanhaling uit Psalm 22 wijst er op dat het Oude Testament, hoewel het de Gemeente niet noemt, er toch ruimte voor laat. Want ongetwijfeld wordt de Gemeente, en niet Israël, bedoeld in Ps. 22:23.
Dit gedeelte uit Psalm 22 wordt in Hebr. 2:12 aangehaald om de eenheid van Christus met de Gemeente te tonen. De Gemeente is gebracht in de positie van de Zoon zelf, zoals die beschreven wordt in het 1ste en 2e hoofdstuk van de Hebreeënbrief.
Daar wordt nu getoond, dat Christus als "God" en "Heere" 1:8, 10 "méér dan de engelen" was. In Zijn vleeswording werd Hij "een weinig minder gemaakt dan de engelen" 2:7 opdat Hij mensen zou zaligmaken.
Na hen zalig gemaakt te hebben brengt Hij hen in Zijn eigen oorspronkelijke positie, want "en Hij die heiligt en zij die geheiligd worden zijn allen uit één". 2:11
Daarop volgt Zijn triomf "in het midden van de Gemeente" 2:12 die dus verbonden is met Hem boven de engelen. Ef. 1:20-23
Hoe zeer de engelen te maken hebben met de Gemeente, moge nog blijken uit de volgende punten:
- Zij volgen met belangstelling de prediking van het Evangelie. Luk. 15:10
- Zij zien op de gelovigen neer als op een schouwspel. 1Kor. 4:9
- Zij bewonderen Gods Wijsheid in de Gemeente. Ef. 3:9, 10
- Zij zijn tegenwoordig in de bijeenkomst. 1Kor. 11:10; 1Tim. 5:21
- Zij zijn "gedienstige geesten" ten behoeve van hen, die de zaligheid beërven. Heb. 1:14
- Zij bieden hulp bij het sterven van de gelovigen. Luk. 16:22
- Zij zijn begerig in te zien in de rijkdommen, die ons aangediend zijn door het Evangelie. 1Pet. 1:12
Zij zijn actief betrokken bij de grote gebeurtenis van de opname der Gemeente. Hebr. 12:22; 1Thes. 4:16
- Zij worden door ons geoordeeld. 1Kor. 6:3
|