Klik hier voor een overzicht van alle pagina's
De taak van de Gemeente Evangelie
De vraag komt onwillekeurig: heeft de Gemeente dan geen taak te vervullen in deze wereld?
Wederom moeten we zeggen, dat we nergens in de Bijbel enige vermelding vinden van een taak, die aan de Gemeente als lichaam is toevertrouwd. Het is waar, dat God verschillende dingen door middel van de Gemeente, doet. Dit neemt echter niet weg dat we kunnen spreken van een "God opgelegde taak" der Gemeente.
Er worden twee dingen in de Bijbel genoemd, die God door de Gemeente bereikt:
- God openbaart Zijn wijsheid door de Gemeente. Zij is reeds op dit ogenblik een open schouwspel voor de "overheden en machten" in de hemel, waardoor Gods wijsheid gezien en bewonderd wordt. Gods wijsheid komt tot de volste openbaring in het kruis van Christus. Ef. 3:10, 11; 1Kor. 1:23, 24
- God openbaart door de Gemeente de "uitnemende rijkdom Zijner genade". Dit is trouwens het grote einddoel van het werk Gods. Ef. 2:7; 3:21
De dag zal komen, waarop duidelijk de diepte gezien zal worden, waarin de mens onder de zonde ligt, maar ook de duizelingwekkende hoogte, waarheen de gelovige gevoerd wordt door Gods genade.
Van een hopeloos verloren mens, bevuild door zonde, vervuld met ongerechtigheid, gemaakt tot een zoon en erfgenaam van de driemaal heilige God, en volkomen veranderd in het evenbeeld van Gods Zoon zelf.
Er is niets, waardoor God zo hoog verheerlijkt wordt, dan door zulk een daad van genade. Tot dit doel wordt de Gemeente samengesteld. We zien echter, dat hierin de Gemeente passief blijft.
Hoewel we dus niet kunnen spreken van de taak der Gemeente, is er nochtans aan de individuele gelovigen wel terdege een groot werk toevertrouwd, dat samengevat zou kunnen worden in de woorden van Paulus in Fil. 2:15, 16.
De taak der gelovigen is niet de bekering der wereld, noch een christelijk maken van de sociale of maatschappelijke sferen van het leven. In dit Schriftgedeelte vinden we de gehele taak der gelovigen, in betrekking tot de wereld, drievoudig weergegeven.
- Het levensgedrag moet zijn onberispelijk, oprecht en onstraffelijk.
- Zij moeten schijnen als lichten.
- Zij moeten "voorhouden het woord des levens".
|