Klik hier voor een overzicht van alle pagina's
De individuele gelovigen uit de volkeren
3e - De bedeling der belofte.

De derde bedeling begint bij één man die zich moest afzonderen van zijn volk.
Abraham moest gaan uit zijn land, zijns vaders huis.
God maakte met Abraham een verbond.
Gen.15:18.
Dit verbond wordt door Paulus omschreven als "de belofte" omdat naast het geloof van Abraham er geen voorwaarden waren verbonden aan het verbond.
De belofte werd gegeven aan Abraham en zijn zaad.
Gen.15:18,
22:17.
Het zaad van Abraham blijkt Christus te zijn.
Gal.3:16.
Indien iemand gelooft in de dood en opstanding van Jezus Christus wordt hij gerekend tot Abrahams zaad.
Gal.3:27-29.
5e - De bedeling der genade.
De vijfde bedeling begint bij de opstanding van Jezus Christus.
Paulus geeft aan dat deze bedeling het verlengstuk van de bedeling der belofte is.
Gal.3:16,
Efez.3:6.
Zoals de erfgenamen uit die bedeling deel kregen aan de beloften aan Abraham, zo krijgen de erfgenamen (gelovigen) uit deze bedeling deel aan de beloften aan het Zaad van Abraham, hetwelk is Christus.
Daarom vinden we in de vijfde bedeling dezelfde kenmerken als in de derde n.m.l.: Afgezonderd van de volkeren ontstaat er een groep mensen, die hier geen blijvende stad heeft.
Deze bedeling is gekomen i.p.v. de wet Rom.6 & 7 "Gij zijt niet onder de wet maar onder de genade"
|